Kwetsbaarheid van de hulpverlener
14 augustus. Een tragische gebeurtenis die diep raakt in het hart van de hulpverlenersgemeenschap. Het zet ons even terug met de voeten op de grond. De kwetsbaarheid van ons als hulpverlener. Het blootgeven aan de ander. Bij de ander durven binnenkomen en de ander binnenlaten. Zowel fysiek als emotioneel.
Als therapeuten, coaches, hulpverleners, werken we met onze volledige mens-zijn. We brengen niet alleen onze kennis en methodes mee, maar vooral ook onze binnenkant — onze gevoelens, intuïtie, kwetsbaarheid. We komen bij mensen binnen en de mensen bij ons. Letterlijk én figuurlijk. We hebben geen uniform, geen gereedschap, geen schild. En dat is net de kracht. De kracht ligt in onze openheid, in het durven aanwezig zijn bij de ander, ook als dat ongemakkelijk, intens of onvoorspelbaar is.
De grenzen in ons werk zijn meestal vaag. We bewegen tussen nabijheid en afstand, tussen empathie en zelfzorg. We stappen binnen in levens vol vragen, pijn, chaos, hoop en wanhoop. En dat vraagt moed, toch. Moed om te blijven. Maar ook moed om onze eigen grenzen te bewaken, om hulp te vragen, om te erkennen en dingen in vraag te durven stellen.
Een reminder om voor de hulpverlener en als hulpverlener voor elkaar te zorgen, voor samenwerking, voor veiligheid.
Laten we vaker stilstaan bij deze, zo hard onderschatte, kwetsbaarheid. Niet als zwakte, maar als kracht. Als iets dat ons verbindt. En laten we zorg dragen. Voor elkaar, voor onszelf, voor de mensen die we begeleiden. Want wie anderen draagt, verdient ook gedragen te worden.
